Dankbaar voor de mooiste baan ter wereld

Ik houd ervan om lekker te zuchten, steunen en klagen. Als ik mijn sleutels weer eens kwijt ben, of de weg. Als iemand aan mijn bumper kleeft. Als het fietspad ineens ophoudt. Als klanten me vragen om ‘even’ iets te doen wat in de praktijk een hele dag blijkt te duren. Dan zaag en zanik ik en wentel ik rond in zelfmedelijden. Dat slaat natuurlijk nergens op, want ik heb zó veel waar anderen alleen van kunnen dromen. Dingen om dankbaar voor te zijn.

Op 5 mei werkte ik traditiegetrouw bij het Bevrijdingsfestival. Ik ging in gesprek met mensen van allerlei pluimage over democratie, vrede en vrijheid. Onder andere met leerlingen van het NT2 Mundium College in Roermond. Vaak gevlucht voor oorlog en onderdrukking. En ik voelde me dankbaar. Dankbaar dat ik in Nederland geboren ben, waar gifgas, bommen en granaten ver weg zijn. Dankbaar voor de kansen die ik heb gekregen.

De afgelopen twee weken interviewde ik tientallen cliënten van een welzijnsinstelling. Jongeren en volwassenen beschadigd door misbruik, pesten, faalangst. Mensen die soms een verkeerde keuze maakten met gevolgen die ze niet konden overzien. Mensen zonder netwerk van familie en vrienden om op terug te vallen. En ik voelde me dankbaar. Dankbaar dat een hoop ellende mij bespaard is gebleven. Dankbaar dat ik zo veel mensen om me heen heb bij wie ik mijn hart kan luchten als het leven even wat minder zonnig is.

Gisteren sprongen de tranen in mijn ogen toen een verlegen meisje me haar tekeningen liet zien. Morgen begint mijn vakantie. Vandaag weet ik zeker dat ik de mooiste baan ter wereld heb. Een baan om dankbaar voor te zijn.

Foto’s: Peter Lambrichs Fotografie.

Advertenties

Mijn passie en mijn waarom

Eenzaam op kantoorBij veel netwerkbijeenkomsten, ondernemersdagen of gewoon op de flexplek waar ik schrijf, gaat het vaak over ‘passie’ of ‘het waarom’ (op de Simon Sinek manier). Ik vind dat dus vreselijk moeilijke begrippen.

Wat is passie? Wat maakt iets een passie? Een onstuitbare behoefte om iets te doen? Doodongelukkig worden als je iets een dag niet kunt doen? Of is passie iets minder hoogdravend gewoon dat wat je leuk vindt en waar je ook nog talent voor blijkt te hebben?

Letters zijn de rode draad in mijn leven. Vanaf groep 3 was ik leesverslaafd. Ik had alle boeken in de ‘bibliobus’ uit voordat ik in groep 8 zat. Als we 1 pagina moesten schrijven voor het klassikale vervolgverhaal, schreef ik er minstens drie. Spreekbeurten waren ook steevast langer dan noodzakelijk. Niet omdat ik het presenteren leuk vond, maar wel omdat ik blij werd van het opschrijven van wat ik ging vertellen.

Ik studeerde journalistiek en communicatie- en informatiewetenschappen. Ik werk als tekstschrijver. Ik ben bij familiebijeenkomsten, zowel droevig als feestelijk, altijd ‘de schrijver van dienst’ (en dan meestal ook de spreker van dienst, wat me een stuk minder goed afgaat). Maar is schrijven daarom mijn passie?

Ik ben niet ongelukkig als ik een dag niets schrijf. Hoewel, die dagen bestaan denk ik niet. Al is het maar een boodschappenbriefje of een bericht in mijn agenda. Maar schrijven vind ik niet altijd leuk. Soms heb ik er echt geen zin in. Meestal als de klant voor wie ik schrijf het als een noodzakelijk kwaad ziet. “Ik krijg een nieuwe website en daar moeten dus nieuwe teksten op, maar ik weet eigenlijk niet hoe en wat. Kunnen we er vooral veel mooie foto’s op zetten?”

Dus is schrijven mijn passie? Ik weet het niet. En de ‘why’ van wat ik doe? Dat is nog een diepere vraag. Morgen sluit ik aan bij een netwerkontbijt van Woman to Woman en daar gaat de gepassioneerde (ja, dat vind ik dus wel) Laura Lazarinni me daar hopelijk meer over vertellen. Of nee, waarschijnlijk doet ze dat niet, maar zet ze me zo hard aan het denken dat ik er zelf achter kom.

Spreken in het openbaar

“Oké, als niemand wil, dan speech ik wel.”

Ze zeggen dat het leerzaam is om dingen te doen waarbij je je niet op je gemak voelt. Dus sprak ik op Internationale Vrouwendag 60 vrouwen toe. Zonder voorbereiding, gewoon uit de losse pols. Waardoor ik af en toe iets vergat en de volgorde ook niet helemaal logisch was. Gelukkig werd ik goed gesouffleerd door een paar andere leden van het Woman to Woman netwerk.

Presenteren

Met je mooie, blauwe ogen…

Ik vind het onwaarschijnlijk leuk om briefjes en kaartjes te schrijven (en te krijgen). Sinds we verhuisden is onze verjaardagskalender kwijt, dus ik schreef de afgelopen tijd ook veel kaartjes niet. Lang niet iedereen heeft zijn verjaardag op Facebook staan, zo blijkt. Maar als ik eraan denk, maak ik serieus werk van felicitaties, condoleances, en harten onder de riem. En pasgeborenen krijgen altijd een persoonlijk verhaaltje met wat ik ze toewens.

Beroepsmatig komt het er niet zo vaak van om uit de losse pols, met pen en papier, kaartjes vol te schrijven. Op het Pulp Festival klom ik voor het eerst voor anderen in de pen en afgelopen vrijdag mocht ik weer. In mijn mooiste handschrift natuurlijk.

Richard Dols van Docfest nodigde mij uit voor BedTalks in The Student Hotel. Bedoeling was dat bezoekers eerst de documentaire Love Letters keken en dan door mij iets liefs lieten schrijven. Die volgorde werd niet altijd aangehouden. De eerste bezoeker zat al naast me voordat de film draaide. “Ik ben al sinds 1971 bij mijn vrouw. Ze is open en sympathiek en kunstenaar…”

Veel giechelende meiden aan tafel, die over hun lief niet veel meer wisten te vertellen dan dat hij zo’n mooie, blauwe ogen heeft en grappig is. Ik maakte er zoete gedichtjes van “Die blauwe ogen, wat ben ik blij dat die mij zien. Je staat voor me klaar, bent mooi, lief en spontaan, ik wil je nooit meer laten gaan.”

Al snel moest ik ‘liefdesbrief’ ruimer gaan opvatten dan dat ik in gedachten had. Een moeder liet mij schrijven aan haar ernstig zieke dochter. Een zoon liet mij schrijven aan zijn dementerende vader. Een student uit Jamaica die als vrijwilliger aan het werk was, vroeg of ik mijn brief wilde beginnen met ‘You’re the number one girl in my life’. De brief was voor zijn moeder. “What about your girlfriend?”, vroeg ik. “She knows, she definitely knows.”

Love letters to write

Lees het door mij geschreven verslag van de BedTalks op Thuis in Maastricht.

Wij gaan staken. Wie is wij?

Gisteren viel er een briefje uit mijn krant. Ik werd er een beetje droevig van en niet alleen vanwege het taalgebruik. Ik houd namelijk heel veel van de zaterdagkrant.

Lief dat ik de Heilige Hoofdletter krijg. Lief dat ik vooraf word gewaarschuwd. Maar er staat erg weinig informatie in het briefje om een oordeel te kunnen vellen. Nu weet ik niet aan wiens kant ik sta. Ik vermoed aan de kant van de zaterdagkrant.

Vanmorgen liep ik humeurig naar beneden, ingesteld op geen krant bij mijn ontbijt. De krant lag gewoon op me te wachten 🙂

20180224_104832